Piet van der Horst

Piet van der Horst

Piet heeft in 1970 van lastechniek zijn vak gemaakt en is sindsdien nooit gestopt met leren over dat vak. Hij is inmiddels ruim de pensioengerechtigde leeftijd gepasseerd, maar niet meer bezig zijn met lassen is geen optie. Lassen is niet gewoon werk, het is een passie.

Lees meer over Piet

Meer artikelen van Piet

gas in het lasproces

Inerte en actieve gassen

Indeling volgens de norm In NEN-EN-ISO 14175 norm worden gassen in hoofd- en subgroepen ingedeeld. In dit artikel bespreken we vier hoofdgroepen van gassen die

Lees verder

Inerte en actieve gassen

Indeling volgens de norm

In NEN-EN-ISO 14175 norm worden gassen in hoofd- en subgroepen ingedeeld. In dit artikel bespreken we vier hoofdgroepen van gassen die het meest in gasbooglasprocessen worden toegepast.

  • Hoofdgroep I – Inerte gassen 
  • Hoofdgroep M1 t/m M3 – Oxiderende gassen
  • Hoofdgroep R – Reducerende gassen
  • Hoofdgroep N – Laag reactieve gassen

Inerte gassen

Argon en helium zijn inerte beschermgassen en beide reageren niet actief in het smeltbad. Deze gassen hebben compleet verschillende natuurlijke eigenschappen. 

  • Helium is 10 keer lichter dan argon. Dat betekent dat de flow van het helium beschermgas groter moet zijn dan voor argon. Anders zal de beschermingsgraad niet voldoende zijn.  
  • De boogspanning is met helium 1,5 tot 2 Volt hoger dan bij argon en het smeltbad zal dus ook groter worden. 
  • Argon is makkelijk te ioniseren en helium zeer moeilijk te ioniseren. 
  • De boogstabiliteit van helium is slecht, terwijl argon een mooie strakke boog heeft. 
  • De warmtegeleiding van helium is vele male groter dan die van argon. Dat houdt in dat de inbrandingsdiepte ook groter is bij gebruik van helium als beschermgas. Omdat de boogstabiliteit van 100% helium zo slecht is wordt helium vrijwel alleen als menggas met argon gebruikt.

 

Helium komt op een aantal plaatsen op aarde in de bodem voor. Vooral in Noord-Amerika en de Riftvallei in Oost-Afrika. Het ontstaat door het uiteen vallen van uranium en thorium. In Europa zijn er nagenoeg geen helium bronnen. Aardgas bevat ook ongeveer 1% helium. 

 

Het transport van helium, bijvoorbeeld uit Noord-Amerika is kostbaar. Het moet vloeibaar vervoerd worden en dat kan alleen bij – 269 graden Celsius. Door de grote afstand zullen de cryogene tanks iets opwarmen, waardoor deze soms afgeblazen moeten worden. Dat betekent dat er nooit 100% geleverd wordt. Dat maakt dat helium zo duur is en ook steeds duurder wordt.

Oxiderende gassen

Gassen in de M, R en N groep zijn actief. Dat betekent dat het gas reageert met het smeltbad en/of de afsmeltende druppel van de draad. 

 

De eerste groep actieve gassen zijn oxiderende beschermgassen. Deze kunnen we onderverdelen in licht, medium en sterk oxiderend. Naarmate de hoeveelheid oxiderende gassen toeneemt in het menggas zal het geheel actiever worden. 

 

Bijvoorbeeld, een beschermgas dat bestaat uit argon en 0,5% CO2 zal nauwelijks reageren met het smeltbad of de afsmeltende druppel en is dus licht oxiderend. Een beschermgas dat bestaat uit argon en 25% tot 50% CO2 en 10% tot 15% O2 zal zeer sterk reageren met het smeltbad en de afsmeltende druppel en is dus sterk oxiderend. Nog sterker oxiderend is een 100% CO2 gas, eventueel met daaraan toegevoegd 0,5% tot 30% O2.

 

Heel belangrijk: Wanneer er gekwalificeerd werk uitgevoerd wordt, let er dan op dat de draad-gas-combinatie ook gekwalificeerd moet zijn. Met de toename van het aantal beschikbare gasmengsels, is het niet standaard zo dat het gekozen gas binnen de kwalificatie valt. De draad-leverancier kan daar alles over vertellen.

Reducerende gassen

Reducerende beschermgassen in de lastechniek zijn altijd menggassen die bestaan uit argon of stikstof met waterstof. Argon met waterstof wordt onder andere toegepast bij het TIG lassen van corrosievast staal. Stikstof en waterstof wordt toegepast als backing gas. Let op: Als het aandeel waterstof meer dan 10% is, dan moet er afgefakkeld worden i.v.m. brand- en explosiegevaar.

Laag reactieve gassen

Laag reactieve beschermgassen zijn een mengsel van argon en 0,5% tot 50% stikstof. In sommige mengsels wordt ook 0,5% tot 50% waterstof toegevoegd. 

Deze gassen zijn niet geschikt voor het TIG proces. Er is wel een toepassing voor het MAG proces; voor het lassen van duplex en superduplex worden beschermgassen gebruikt met maximaal 2% stikstof en maximaal 2% CO2. Maar meestal worden deze gassen gebruikt bij het laserlassen en -snijden.



Recente artikelen en infographics

Lasonvolkomenheden

Holten in lasverbindingen

Holten in lasverbindingen hebben een nadelig effect op de integriteit van een lasverbinding. Bij grote aanwezigheid kan dit zelfs aanleiding geven tot

Lees verder

Was je bezoek waardevol?

 Heb je er iets van geleerd of is een vraag die je had beantwoord? Wil je dan overwegen een donatie te doen?
We gebruiken je donatie voor het onderhouden van de website en het toevoegen van nieuwe content.