Lasonvolkomenheden

Lasonvolkomenheden

Een lasonvolkomenheid is nog geen fout

Als er een las gemaakt wordt zullen er altijd lasonvolkomenheden aanwezig zijn. De vraag is of deze aanvaardbaar zijn. In veel gevallen wel. We spreken namelijk pas van lasfouten als deze de integriteit en dus de betrouwbaarheid van de las nadelig beïnvloeden.

Wanneer is het dan wel een lasfout? Dat is als de las niet voldoet aan de acceptatiecriteria. Die criteria zijn vastgelegd in verschillende normen. Een veel toegepaste norm bij het visueel onderzoek van een lasverbinding is de NEN-EN-ISO 5817:2014.

Soorten lasonvolkomenheden

Er kunnen verschillende soorten lasonvolkomenheden voorkomen. Denk bijvoorbeeld aan scheuren, poreusheid, een bolle of holle las. Ook deze zijn vastgelegd en omschreven in een norm. De NEN-EN-ISO 6520-1:2007. In deze norm zijn lasonvolkomenheden onderverdeeld in de volgende groepen:

  1. Scheuren
  2. Holten
  3. Vaste insluitsels
  4. Bindingsfouten en onvolkomen doorlassing
  5. Geometrische afwijkingen
  6. Overige onvolkomenheden

Iedere lasonvolkomenheid wordt volgens deze norm aangeduid met een drie of vier-cijferige code, waarbij het eerste cijfer de groep aangeeft. Enkele voorbeelden zijn:

  • 1011 – Langsscheur
  • 2013 – Poreusheid
  • 3011 – Slakinsluitsel
  • 4021 – Onvolkomen doorlassing
  • 5011 – Inkarteling
  • 602 – Lasspatten

Veel van deze onvolkomenheden zijn met het blote oog te zien en zullen dus bij het visuele onderzoek van de gemaakte lasverbinding opgemerkt worden.

Niet-destructief onderzoek

Sommige onvolkomenheden zijn te klein om tijdens een visuele controle gezien te worden. Of ze zijn aanwezig in de las en dus ook niet zichtbaar. Deze onvolkomenheden kunnen gevonden worden met niet-destructief onderzoek (NDO). Dit is onderzoek waarbij de las niet beschadigd wordt of verloren gaat. Visueel onderzoek is dus ook een niet-destructieve vorm van onderzoek. Andere belangrijke NDO methoden zijn:

Deskundigheid

Het onderzoek en de beoordeling van lasonvolkomenheden vereist een zekere deskundigheid. Het onderzoeken van een lasverbinding en het geven van een eindoordeel (acceptabel of niet acceptabel) wordt dan ook gedaan door gekwalificeerd personeel. 

Op de rapportage van het onderzoek worden alleen de onvolkomenheden genoemd die niet acceptabel zijn en dus als lasfouten worden gekwalificeerd. 

De lasser heeft een grote invloed op het wel of niet ontstaan van lasonvolkomenheden. Maar er zijn meer invloeden. Ook het te lassen materiaal, de lasnaadvorm, las-spanningen en de lasprocedure kunnen van invloed zijn. 

Hoe de lasser de verschillende soorten onvolkomenheden kan voorkomen of beperken zal in volgende artikelen besproken worden.