Tim Blok

Tim Blok

Tim Blok is opgeleid als metaalkundige met als specialisatie lastechniek en heeft zijn hele werkzame leven in de metaal- en lastechniek doorgebracht. Voor velen in het vakgebied is hij ook bekend als docent bij de opleidingen IWE en IWT.

Lees meer over Tim

Meer artikelen van Tim

Lasonvolkomenheden

Holten in lasverbindingen

Holten in lasverbindingen hebben een nadelig effect op de integriteit van een lasverbinding. Bij grote aanwezigheid kan dit zelfs aanleiding geven tot falen van de

Lees verder
Share on facebook
Share on linkedin
Share on email

Vaste insluitsels in lasverbindingen

Vaste insluitsels in lasverbindingen hebben een nadelig effect op de integriteit van een lasverbinding. Bij grote aanwezigheid kan dit zelfs aanleiding geven tot falen van de verbinding. Er zijn vier typen insluitsels:

  • slak
  • poeder
  • oxide
  • metallisch

Slak

Slakinsluitsels kunnen optreden bij slakvormende lasprocessen, zoals booglassen met beklede elektroden, MIG/MAG lassen en onder poederdek lassen. Bij deze lasprocessen ontstaan kleine slakdeeltjes (silicaten) die als functie hebben het lasmetaal direct na het lassen af te schermen tegen de omringende atmosfeer. Door de slak kan ook de chemische samenstelling van het lasmetaal worden beïnvloed. Zeker bij het lassen in meerdere lagen zal deze slak goed moeten worden verwijderd.

Er zijn verschillende oorzaken van slakinsluitsels:

  • Lassen met een te lage stroom
  • Onjuiste stand van de toorts of elektrode
  • Slechte hechtlassen
  • Te ruw oppervlak van de lasnaadflanken
  • Een te bolle grondlaag en/of tussenlagen bij lassen in meerdere lagen
  • Een onjuiste lasnaadvorm
  • Een verkeerd zwaaipatroon tijdens het lassen
  • Als de gevormde slak voor het lasbad uit gaat lopen

Poeder

Bij het onder poederdek lassen kan als gevolg van een onjuiste poederbeheersing, poeder worden ingesloten door het lasbad. Na stolling van het lasbad blijft dit dan achter als een insluiting.

Oxide

Oxide-insluitsels ontstaan vooral bij het gasbooglassen van aluminium als

  • de reinigende werking van de lasboog onvoldoende is,
  • of een te lage lasstroom wordt gebruikt,
  • of geoxideerd lastoevoegmateriaal wordt gebruikt,
  • of het lastoevoegmateriaal uit de beschermende atmosfeer van de boog komt.

Het laatste is met name een risico bij TIG of autogeen lassen. 

Metallisch

Metallische insluitsels ontstaan bij het TIG lassen als een deel van de wolfraamelektrode in het lasbad komt. Deze wolfraaminsluitsels ontstaan als 

  • de wolfraamelektrode het lasbad raakt, 
  • of bij het onjuist starten van de boog (starten door aanstrijken),
  • of als het lastoevoegmateriaal in contact komt met de elektrode, 
  • of bij een te hoog belaste elektrode. 

Ook kan het gebeuren dat koperinsluitsels in het lasbad komen. Dit is het geval als

  • verkoperd lastoevoegmateriaal in contact komt met het lasbad,
  • of het koperen gasmondstuk in contact komt met het lasbad of de naadflank. 

Koperinsluitsels zijn uiterst moeilijk te detecteren met niet-destructief onderzoek. Deze insluitsels zorgen voor verbrossing van de las.

Detectie van vaste insluitsels

Vaste insluitsels aan het oppervlak van de las kunnen vastgesteld worden met visueel onderzoek. Inwendige insluitsels (met uitzondering van koperinsluitsels, zoals hierboven vermeld) zijn goed te detecteren met radiografisch onderzoek. Hierbij wordt gebruik gemaakt van röntgen- of gammastraling, afhankelijk van de materiaaldikte. Met ultrasoon onderzoek, het onderzoek met hoogfrequente geluidspulsen, zijn vaste insluitsels moeilijker vast te stellen. 

Share on facebook
Share on linkedin
Share on email

Recente artikelen en infographics

Was je bezoek waardevol?

 Heb je er iets van geleerd of is een vraag die je had beantwoord? Wil je dan overwegen een donatie te doen?
We gebruiken je donatie voor het onderhouden van de website en het toevoegen van nieuwe content.