Piet van der Horst

Piet van der Horst

Piet heeft in 1970 van lastechniek zijn vak gemaakt en is sindsdien nooit gestopt met leren over dat vak. Hij is inmiddels ruim de pensioengerechtigde leeftijd gepasseerd, maar niet meer bezig zijn met lassen is geen optie. Lassen is niet gewoon werk, het is een passie.

Lees meer over Piet

Meer artikelen van Piet

gas in het lasproces

Inerte en actieve gassen

Indeling volgens de norm In NEN-EN-ISO 14175 norm worden gassen in hoofd- en subgroepen ingedeeld. In dit artikel bespreken we vier hoofdgroepen van gassen die

Lees verder
Share on facebook
Share on linkedin
Share on email

De contacttip-positie ten opzichte van het gasmondstuk

Introductie

Bij het MIG-MAG proces kan de contacttip op verschillende manieren in het laspistool gemonteerd worden. Dit kan best grote gevolgen hebben voor het lasresultaat. Onderstaand verhaal legt uit wat de verschillende mogelijkheden zijn en wat de gevolgen ervan zijn. 

De contacttip kan op drie manieren in het laspistool gemonteerd worden;

  • Met een gelijkstand, hierbij zit de contacttip gelijk met de voorzijde van het gasmondstuk.
  • Met een terugstand, hierbij zit de contacttip ten opzichte van de voorzijde van het gasmondstuk enkele millimeters naar binnen. 
  • Met een voorstand, hierbij zit de contacttip enige millimeters buiten het gasmondstuk

Er zijn drie manieren om deze standen te bereiken;

  • Aanpassen van de lengte van de contacttiphouder.
  • Het gebruik van verschillende lengtes contacttips.
  • Het gebruik van verschillende lengtes gasmondstukken.

De verschillen op het booggedrag kunnen bij de drie standen best groot zijn. Om te begrijpen hoe dit komt is het belangrijk te weten dat een MIG-MAG stroombron een vlakke stroom-spanningskarakteristiek heeft. Dit wil zeggen dat bij een verandering van de stick-out, de afstand tussen het werkstuk en de contacttip, de stroombron zal proberen om de lasspanning gelijk te houden en de lasstroom te laten variëren. Met de huidige supersnelle regelingen van de stroombronnen gaat dat prima lukken. 

We zullen nu wat dieper ingaan op de verschillende standen van de contacttip ten opzichte van het gasmondstuk. In deze uitleg wordt de stick-out verandering alleen bewerkstelligd door het verplaatsen van de contacttip en gaat het om een gemechaniseerde of gerobotiseerde toepassing. Het laspistool blijft steeds op gelijke afstand van het te lassen materiaal. 

De contacttip-positie ten opzichte van het gasmondstuk

  1. Stick-out bij voorstand (rood)
  2. Stick-out bij gelijkstand (oranje)
  3. Stick-out bij terugstand (geel)
  4. Contacttip
  5. Gasmondstuk
  6. Lasdraad
  7. Werkstuk

Gelijkstand

Als we ervan uitgaan dat de stand, contacttip gelijk aan gasmondstuk, de neutrale stand is dan hebben we in deze stand een evenwicht tussen lasstroom (Ampère) en lasspanning (Volt). De neutrale stand waarbij de contacttip gelijk staat met het gasmondstuk wordt vaak gebruikt bij het pulserend MIG-MAG lassen. Lasprogramma’s voor het pulserend lassen met synergische machines worden vaak met deze stand gemaakt. Wordt er met de hand gelast dan is de stick-out nooit exact gelijk maar de stroombron kan deze afwijkingen goed corrigeren. Wordt nu de contacttip terug of vooruit geplaatst dan moet de lasser met de correctieknop op de machine al een correctie maken om het evenwicht in de lasboog te herstellen. Daarmee zal weer een goede druppelafsplitsing bereikt worden. Vaak is het dan zo dat er niet genoeg correctiemogelijkheid overblijft om ook nog de stick-out variaties van de lasser te corrigeren. Het is dus belangrijk om te weten met welke stand van de contacttip de lasprogramma’s van synergische machines gemaakt zijn.

Terugstand

Gaan we nu de stick-out veranderen door de contacttip een paar mm terug te plaatsen dan is dit evenwicht verstoord. De lasspanning zal nagenoeg gelijk blijven maar de lasstroom zal lager worden. Bij een onveranderde draadaanvoersnelheid zou er dus minder afsmelt moeten zijn, omdat de lasstroom lager is. De afsmelt zal toch nagenoeg gelijk blijven omdat er in de langere uitsteeklengte van de draad een grotere weerstand optreed die de draad voorwarmt waardoor deze met minder stroom toch dezelfde afsmelt genereert.

Nu komt natuurlijk de vraag waar kan ik dit dan toepassen? Een terugstand van de contacttip wordt meestal gebruikt bij toepassingen waarbij met hoge lasstromen gewerkt wordt aan zware constructies. Als de contacttip iets verder van het werkstuk zit zal hij minder heet worden door stralingswarmte uit de lasboog waardoor deze langer mee gaat. Ook zullen er zich minder lasspatten aan de contacttip hechten. Dit is van toepassing bij handmatig, gemechaniseerd en gerobotiseerd lassen. 

Voorstand

Wanneer de contacttip buiten het gasmondstuk geplaatst wordt zal de stick-out dus iets kleiner worden. Gevolg hiervan is dat de lasstroom iets gaat toenemen terwijl de lasspanning vrijwel gelijk blijft. Omdat er nu minder weerstand in de draad optreed is een hogere stroom nodig om de draad af te smelten. Een ander gevolg van het plaatsen van de contacttip voor het gasmondstuk is dat de “druk” in de lasboog toeneemt. Dit wil zeggen dat de lasboog wat stabieler wordt en dus minder gevoelig voor boogafwijkingen. Van deze eigenschap wordt vaak gebruik gemaakt wanneer met hoge draadsnelheden en hoge lassnelheid gemechaniseerd of gerobotiseerd kleine A-hoogten gelast moeten worden. Een nadeel van het uitsteken van de contacttip is dat deze gevoeliger wordt voor het aanhechten van lasspatjes. Door de hoge lassnelheid zal de opwarming van de contacttip eerder lager dan hoger zijn ten opzichte van een teruggeplaatste contacttip bij gelijke draadaanvoersnelheid.

Bij het handlassen heeft deze stand van de contacttip niet zoveel zin. De hoge lassnelheid die men wil bereiken is met de hand meestal niet haalbaar en de contacttip is kwetsbaarder waardoor het risico op storingen toeneemt.

Langer of korter gasmondstuk

Er kan ook een terugstand of voorstand van de contacttip bereikt worden door de lengte van het gasmondstuk te variëren. Dit heeft dan geen effect op de stick-out omdat er met een vaste pistool-opstelling gewerkt wordt. Als je nu toch de stick-out wilt veranderen dan zal, door het lasprogramma aan te passen, het laspistool hoger of lager geplaatst moeten worden.

Share on facebook
Share on linkedin
Share on email

Recente artikelen en infographics

Lasonvolkomenheden

Holten in lasverbindingen

Holten in lasverbindingen hebben een nadelig effect op de integriteit van een lasverbinding. Bij grote aanwezigheid kan dit zelfs aanleiding geven tot

Lees verder

Was je bezoek waardevol?

 Heb je er iets van geleerd of is een vraag die je had beantwoord? Wil je dan overwegen een donatie te doen?
We gebruiken je donatie voor het onderhouden van de website en het toevoegen van nieuwe content.